Tijdelijk toegankelijk document uit PayRoll Kennisbank PRO

Hoge Raad spreekt zich uit over arbeidskorting en samenvoeging


De Hoge Raad heeft onlangs een bijzonder arrest gewezen, zoals dat zo mooi heet. Kwestie was het al dan niet verlenen van arbeidskorting over een WGA-uitkering, die in beginsel samengevoegd had kunnen worden met het loon van de belanghebbende. Doordat diens werkgever daar echter niet aan mee wilde werken ging dat niet door en kreeg hij de WGA-uitkering direct van UWV. Daardoor liep hij een hogere arbeidskorting mis. Een vorm van discriminatie, vond de belanghebbende en hij ging procederen.

De zaak

Aan deze zaak besteedde ik eerder aandacht in een Aangeslagen in 2023. Belanghebbende is gedeeltelijk arbeidsongeschikt en werkt in dienstbetrekking. Naast zijn loon ontvangt hij van UWV zijn WGA-uitkering omdat zijn werkgever niet bereid was de uitkering van het UWV in ontvangst te nemen en door te betalen aan belanghebbende. Daardoor ontving belanghebbende de uitkering rechtstreeks (direct) van het UWV. Het was loon uit vroegere dienstbetrekking en dus werd dit loon niet betrokken in de berekeningsgrondslag voor de arbeidskorting. Dat zou wel zijn gebeurd als de uitkering via de werkgever (indirect) werd betaald. In dat geval zou de uitkering als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking zijn aangemerkt. Deze ongelijke behandeling vloeit voort uit de samenvoegbepalingen van art. 9.4 URLB 2011 in combinatie met art 8.1lid 1, onderdeel e, Wet IB 2001. Als het loon en de uitkering tezamen door de werkgever 'samengevoegd' wordt uitbetaald, wordt het geheel voor de berekening van de loonheffing beschouwd als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking.

Wettelijk kader

  • Loonbelasting
    • art 22a WLB 1964 in combinatie met art. 9.4 URLB 2011
  • Inkomstenbelasting
    • art 8.1 lid 1, onderdeel e en art 8.11 Wet IB 2001

Advies Advocaat Generaal

Na een lange weg met wisselend succes van een verzoek om ambtshalve vermindering via beroep en hoger beroep, tekenden zowel belanghebbende als de staatssecretaris cassatie aan bij de Hoge Raad. Voordat de Hoge Raad uitspraak deed heeft Advocaat Generaal Pauwels:

  1. het procesverloop, de bedoeling van de arbeidskorting en de wetshistorie uitgebreid onderzocht én
  2. getoetst of het discriminatieverbod grondwettelijk of verdragsrechtelijk is geschonden.

Dat resulteerde op 26 april 2024 in een advies van 40 pagina’s van Pauwels, waarvan hierna de belangrijkste elementen zijn samengevat.

Pauwels vindt het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond omdat de WGA-uitkering op zich niet is aan te merken als loon uit tegenwoordige arbeid. De Staatssecretaris betoogt in zijn cassatieberoep dat de ongelijke behandeling voor de arbeidskorting niet voortvloeit uit begunstigend beleid in het Handboek Loonheffingen (zoals het Hof betoogde), maar uit de samenloop van art 22a WLB 1964 met de samenvoegingsbepaling van art. 9.4 URLB 2011. Dit cassatieberoep slaagt, maar krijgt een verrassende wending die de Staatssecretaris zeker niet had verwacht.

Omdat het toekennen van arbeidskorting niet is aan te merken als begunstigend beleid in het Handboek Loonheffingen maar het gevolg is van de samenvoegbepaling van art. 9.4 URLB 2011 heeft Pauwels onderzocht of het discriminatieverbod op het gebied van de regelgeving grondwettelijk of verdragsrechtelijk is geschonden.

In zijn advies concludeert hij dat er sprake is van schending; een ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Dat een indirecte WGA-uitkering meetelt voor de arbeidskorting en een directe niet leidt vanuit het doel van de arbeidskorting bezien tot gelijke gevallen die ongelijk behandeld worden. Het belang van de samenvoegbepaling was oorspronkelijk het beperken van de administratieve lasten van de werkgever, wat vandaag de dag - gelet op de vergaande automatisering van de meeste salarisadministraties - achterhaald is. Om loon en uitkering te kunnen samenvoegen moet de werkgever uiteraard bereid zijn de uitkering door te betalen; hij is dat niet verplicht. Is hij hiertoe bereid dan geniet de werknemer arbeidskorting over zijn uitkering.

De conclusie is dat de huidige wetgeving het discriminatieverbod schendt. De wetgeving is ooit tot stand gekomen om de administratieve lasten van inhoudingsplichtigen te verlichten, maar is bij de huidige stand van salarisadministraties achterhaald en bovendien discriminerend, zonder rechtvaardigingsgrond in de zin van het mensenrechtenverdrag (EVRM).


De Hoge Raad der Nederlanden doet uitspraak

De uitspraak

De Hoge Raad volgt de conclusie en stelt dat de ruime beoordelingsvrijheid die de wetgever toekomt, in strijd is met de verdragsrechtelijke discriminatieverboden. Gelijke behandeling zou op verschillende manieren kunnen worden bereikt. Het maken van keuzes gaat echter de rechtsvormende taak van de rechter te buiten, zodat het aan de wetgever is om te voorzien in het geconstateerde rechtstekort, aldus de Hoge Raad. Het Hof heeft ten onrechte beslist dat belanghebbende recht heeft op toekenning van de arbeidskorting over de WGA-uitkering. De Hoge Raad kan daarom belanghebbende geen hogere arbeidskorting bieden over zijn WGA-uitkering via UWV.

Let op

De werkgever van belanghebbende was niet bereid tot samenvoegen van uitkering en loon, wat resulteerde in een voor hem substantieel lagere arbeidskorting. Samenvoegen is echter voor de arbeidskorting niet altijd voordelig. De arbeidskorting kent immers niet alleen een inkomensafhankelijke opbouw, maar ook een inkomensafhankelijke afbouw. Met andere woorden: de doorwerking van de samenvoeging van een indirecte WGA-uitkering en inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking naar de arbeidskorting kan ook nadelig uitpakken.

De wetgever is aan zet

Minister Beljaarts (Economische Zaken) brengt de gevolgen van het arrest in kaart en overlegt hierover op zeer korte termijn met de betrokken bewindspersonen. De Tweede Kamer wordt begin 2025 in een brief uitgebreid geïnformeerd.

De oplossing die de wetgever bedenkt kan positieve financiële gevolgen hebben voor grote groepen rechthebbenden van een socialezekerheidsuitkering, maar ook negatief uitpakken voor WGA-gerechtigden waarvan de uitkering via de werkgever wordt betaald. Bereid zulke medewerkers op dit laatste scenario alvast voor, dan kan het alleen maar meevallen.

Conclusie

Met de samenvoegbepaling is het discriminatieverbod geschonden. Het verschil in behandeling bij de berekening van de arbeidskorting is discriminerend. Maar het is niet aan de rechter om de wet te wijzigen. Dat moet de wetgever doen. De uitspraak heeft daarom niet meteen gevolgen voor onze salarisadministraties. We wachten op de wetgever. Voorlopig blijven we samenvoegen als het moet. Ook als dat voor werknemers nadelig is.

Links in de kennisbank
Aangeslagen nr. 3 2023
Externe links
Overige informatie
/prol/
Docnr: 240590