Het UWV is recent veel in het nieuws geweest onder meer vanwege de onjuiste dagloonvaststellingen. Er zal hierom een grote hersteloperatie worden uitgevoerd.
Het is nog onduidelijk hoe het invorderen gaat verlopen. Als iemand redelijkerwijs kon weten dat hij te veel ontving, is aannemelijk dat het UWV gaat terugvorderen. Het UWV heeft een kennisverslag doenlijk invorderen uitgebracht met daarin interessante inzichten:
- Het lukt gemiddeld 14% van de cliënten niet bij invordering tijdig in actie te komen om het bedrag in één keer te betalen of een betalingsregeling te treffen.
- Cliënten begrijpen niet altijd waarvoor ze een vordering krijgen, terwijl begrip voor de reden van de vordering wel helpt om in actie te komen.
- Cliënten ervaren bijvoorbeeld drempels om een termijnregeling te treffen, of raken bij verschillende vorderingen tegelijkertijd het overzicht kwijt.
- UWV-brieven over het invorderproces zijn voor cliënten vaak de eerste en enige bron van informatie.
- Cliënten ervaren de onderzochte brieven vaak als onduidelijk en de brieven zetten niet altijd aan tot actie.
- De brief vermeldt vaak niet de reden voor de invordering. En het is onvoldoende duidelijk dat de aangeboden termijnregeling niet alleen is bedoeld als een uitzondering voor mensen met financiële problemen.
Het terugbrengen van de menselijke maat moet vertrouwen in de overheid herstellen
Standpunt Centrale Raad van Beroep
Tegen de achtergrond van de foute dagloonvaststelling is het interessant hoe het UWV omgaat met terugvorderingen. Het geeft op de website aan dat het teveel betaalde niet teruggevorderd wordt, tenzij voor de betrokkene redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat hij te veel uitkering heeft ontvangen.
De CRvB (18 april 2024, ECLI:NL:CRvB:2024:726) oordeelde dat bij de beoordeling van de dringende reden voor terugvordering het UWV zich ook rekenschap moet geven van de gevolgen die de herziening en terugvordering voor de betrokkene heeft. Het UWV is verplicht een belangenafweging te maken waarvan de uitkomst niet onevenredig mag zijn. Uitgangspunt hierbij is een intensieve toetsing door de bestuursrechter.
Het UWV had volgens de CRvB rekening moeten houden met zijn eigen bijdrage aan de situatie en had dit af moeten zetten tegen het eventuele eigen aandeel van de betrokkene. Het UWV moet de relevante feiten en omstandigheden zodanig afwegen dat dit een toetsing aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur kan doorstaan. Daarbij wordt specifiek verwezen naar het evenredigheidsbeginsel.
Dit neigt veel meer richting de menselijke maat dan blijkt uit de eerste reactie van de minister dat te hoge uitkeringen altijd moeten worden terugbetaald. Het is te hopen dat gekeken wordt naar de menselijke maat met snel uitsluitsel, zonder dat belanghebbenden eerst moeten procederen tot in hoger beroep.
Handhaving sociale zekerheid humaner
Het gewijzigde standpunt van de CRvB sluit mooi aan op de koers die de nieuwe minister van SZW Van Hijum wil gaan varen. Hij is van oordeel dat bij de handhaving van de regels in de sociale zekerheid meer moet worden uitgegaan van vertrouwen in mensen en er meer ruimte moet komen voor maatwerk. Dit heeft hij kenbaar gemaakt in de derde voortgangsbrief herijking handhavingsinstrumentarium die hij op 24 september naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Met zijn plannen voert de minister het regeerprogramma uit. Daarin staat het recht op vergissen: een fout mag er niet meer voor zorgen dat er automatisch een straf volgt. Daarnaast moeten bij terugvorderingen UWV, SVB en gemeenten de ruimte krijgen om af te zien van een straf, bijvoorbeeld als iemand daardoor verder in de problemen komt. De minister wil werk maken van de aanbevelingen die de Parlementaire Enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening (PEFD) doet. UWV en SVB krijgen vanaf 1 januari 2025 al de mogelijkheid om meer maatwerk toe te passen bij hun invorderingsbeleid. Door deze maatregel kunnen uitvoeringsorganisaties meer rekening houden met iemands situatie.
Fouten
Een andere belangrijke maatregel is dat de minister bij terugvorderingen meer rekening wil houden met fouten van de overheid. Dat sluit dus mooi aan bij eventuele, in het verleden door het UWV gemaakte fouten ten aanzien van de dagloonvaststellingen. Ook gaat de termijn waarin iemand een schuld moet terugbetalen door terugvordering, van tien naar vijf jaar. Dat betekent dat al na vijf jaar de resterende schuld kan worden kwijtgescholden.
Preventie
De minister wil verder actiever kijken naar preventie: 'Het voorkomen van overtredingen is zinvoller dan streng bestraffen wanneer het misgaat. De meeste mensen willen het juiste doen, maar maken soms een fout.' Door de dienstverlening in de sociale zekerheid meer te richten op preventie kun je vergissingen voorkomen. Hij verwijst daarbij naar de input van het Team Preventie dat bestaat uit uitvoerende en beleidsmatige professionals en ervaringsdeskundigen. Zij hebben nagedacht over manieren waarop de (gezamenlijke) preventieve aanpak kan worden versterkt. Daarnaast is onderzoek gedaan naar het effect van preventie. Hieruit blijkt dat vaker in gesprek gaan met uitkeringsgerechtigden, wat het meest kostbaar is, volgens de onderzoekers het meest oplevert. De implementatie van deze maatregel zorgt er niet alleen voor dat mensen minder onbedoelde fouten maken, maar zorgt ook voor een groter vertrouwen van de burger in de overheid. Het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid wordt begin 2025 voorgelegd aan de Tweede Kamer.
Tot slot
Zoals het ernaar uitziet, zal het UWV meer de menselijke maat gaan hanteren bij de handhaving en invordering, hiertoe aangezet door zowel de hoogste bestuursrechter als de inzet van de minister om dit wettelijk vast te leggen. Het is overigens de vraag of het UWV voor dit maatwerk genoeg mensen beschikbaar heeft.
Hoger beroep CRvB
Derde voortgangsbrief Herijking Handhavingsinstrumentarium
Blind voor mens en recht - rapport parlementaire enquetecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening